Externe Jump gebruiken voor toegang tot computers zonder toezicht op een ander netwerk

Met Externe Jump kan een bevoorrechte gebruiker verbinding maken met een externe computer zonder toezicht buiten zijn of haar eigen netwerk. Voor Externe Jump is een Jumpoint nodig.

Een Jumpoint werkt als een doorvoerkanaal voor toegang tot Windows computers zonder toezicht op een bekend extern netwerk. Eén enkel Jumpoint geïnstalleerd op een computer binnen een lokaal netwerk kan worden gebruikt om toegang tot meerdere systemen te krijgen, zodat de noodzaak vervalt om vooraf software te installeren op elke computer waartoe u mogelijk toegang zou willen krijgen.

Opmerking: Jumpoint is alleen beschikbaar voor Windows-systemen. Jump-clients zijn nodig voor toegang op afstand tot Mac of Linux-computers. Om een Jump uit te voeren naar een Windows-computer zonder Jump-client, moet op die computer Remote Registry-service zijn ingeschakeld (op Vista is deze standaard uitgeschakeld) en moet u op een domein zijn aangesloten. U kunt geen Jump uitvoeren naar een mobiel apparaat, ook al is de Jump-technologie beschikbaar vanaf mobiele Bomgar consoles.

Een snelkoppeling naar een externe Jump aanmaken

Een snelkoppeling naar een Jump aanmaken

Om een snelkoppeling naar een externe Jump te maken, moet u in de Jump-interface op de knop Aanmaken klikken. Selecteer uit het vervolgkeuzemenu Externe Jump. Snelkoppelingen naar externe Jumps verschijnen in de Jump-interface naast Jump-clients en andere type jumpsnelkoppelingen.

Organiseer en beheer bestaande jumpsnelkoppelingen door een of meer jumpsnelkoppelingen te selecteren en op Eigenschappen te klikken.

Opmerking: Om de eigenschappen van meerdere jumpsnelkoppelingen te bekijken, moeten ze allemaal van hetzelfde type zijn (bijv. allemaal Jump-clients, allemaal Externe Jumps). Om eigenschappen van andere soorten jumpsnelkoppelingen te bekijken, leest u het bijbehorende deel van deze handleiding.

Melding die u toestaat om een nieuwe externe snelkoppeling voor Jump te configureren, inclusief de eindpuntovereenkomst.

Voer een Naam in voor de jumpsnelkoppeling. De snelkoppeling is onder deze naam te vinden in de sessietabbladen. Deze tekenreeks mag maximaal 128 tekens lang zijn.

Selecteer vanuit de vervolgkeuzelijst Jumpoint het netwerk waarop de computer is aangesloten waar u toegang toe wilt krijgen. Voer de Hostnaam/IP-adres in van het systeem waar u toegang toe wilt krijgen.

Verplaats jumpsnelkoppelingen van de ene Jumpgroep naar een andere met gebruik van de afrolkeuzelijst Jumpgroep. Of u jumpsnelkoppelingen naar of van verschillende Jumpgroepen kunt verplaatsen, hangt van de machtigingen van uw account af.

Organiseer jumpsnelkoppelingen verder door de naam van een nieuwe of bestaande Tag in te voeren. Hoewel de geselecteerde Jumpsnelkoppelingen samen onder de tag worden gegroepeerd, staan ze nog steeds in een lijst onder de Jumpgroep waarin elk ervan is vastgespeld. Om een jumpsnelkoppeling naar het hoogste niveau Jumpgroep terug te zetten, moet dit veld leeg worden gelaten.

Jumpsnelkoppelingen bevatten een veld Opmerkingen voor een naam of omschrijving, waardoor jumpsnelkoppelingen sneller en eenvoudiger kunnen worden gesorteerd, opgezocht en geïdentificeerd.

Om in te stellen welke gebruikers toegang tot deze jumpsnelkoppeling hebben, of een kennisgeving van toegang moet worden verzonden en/of of machtiging of een ticket-id van uw externe ticketingsysteem vereist is om deze jumpsnelkoppeling te gebruiken, moet u een Jumpbeleid kiezen. Deze beleidslijnen worden door uw beheerder in de /login interface ingesteld.

Kies een Sessiebeleid om aan deze jumpsnelkoppeling toe te kennen. Het aan deze jumpsnelkoppeling toegekende sessiebeleid heeft de hoogste prioriteit bij het instellen van sessiemachtigingen. Of u een sessiebeleid kunt instellen hangt van uw accountmachtigingen af.

  • Kies een Eindpuntovereenkomst om die aan deze jumpsnelkoppeling toe te wijzen. Afhankelijk van de selectie wordt er een eindpuntovereenkomst weergegeven. Als er geen reactie is, wordt de overeenkomst automatisch geaccepteerd of geweigerd.
  • Een snelkoppeling naar een externe Jump gebruiken

    Om een snelkoppeling naar een Jump te gebruiken om een sessie op te starten, moet u de snelkoppeling in de Jump-interface selecteren en op de knop Jump klikken.

     

    Inloggegevens invoeren

    U moet inloggegevens van een beheerder aan de externe computer verstrekken om de Jump te voltooien. De beheerdersrechten moeten ofwel voor een lokale beheerder op het externe systeem ofwel voor een domeinbeheerder zijn.

     

    Jump bezig

    De bestanden van de client worden naar het externe systeem gepusht en er wordt geprobeerd een sessie te starten.

     

    Opmerking: Jumpsnelkoppelingen kunnen zo worden ingesteld dat zij meerdere gebruikers toestaan tegelijkertijd dezelfde jumpsnelkoppelingen te openen. Als Bij bestaande sessie voegen is ingeschakeld, kunnen andere gebruikers een sessie bijwonen die al gaande is. De oorspronkelijke eigenaar van de sessie ontvangt een bericht dat een gebruiker aan de sessie is toegevoegd, maar kan deze gebruiker de toegang niet weigeren. Ga voor meer informatie over gelijktijdige Jumps naar Instellingen voor jumpsnelkoppelingen.