RDP gebruiken om toegang tot een extern Windows-eindpunt te krijgen

Start via Bomgar een sessie op met bureaublad op afstand (RDP) met een extern Windows-systeem. Omdat sessies met bureaublad op afstand via een Jumpoint werken dat als proxy fungeert en naar Bomgar sessies worden geconverteerd, kunnen gebruikers sessies delen of verplaatsen en kunnen sessies automatisch worden gecontroleerd en opgenomen volgens de door uw beheerder voor uw site ingestelde definities. Om RDP via Bomgar te gebruiken, moet u toegang tot een Jumpoint hebben en moet de gebruiker toegangsmachtiging hebben tot de Toegestane Jump-methodes: RDP via een Jumpoint.

Een RDP-snelkoppeling aanmaken

Een snelkoppeling naar een Jump aanmaken

Om een snelkoppeling naar Microsoft bureaublad op afstand (RDP) aan te maken, moet u in de Jump-interface op de knop Aanmaken klikken. Selecteer in het vervolgkeuzemenu RDP. Snelkoppelingen naar RDP verschijnen in de Jump-interface naast Jump-clients en andere typen jumpsnelkoppelingen.

Organiseer en beheer bestaande jumpsnelkoppelingen door een of meer jumpsnelkoppelingen te selecteren en op Eigenschappen te klikken.

Opmerking: Om de eigenschappen van meerdere jumpsnelkoppelingen te bekijken, moeten ze allemaal van hetzelfde type zijn (bijv. allemaal Jump-clients, allemaal Externe Jumps). Om eigenschappen van andere soorten jumpsnelkoppelingen te bekijken, leest u het bijbehorende deel van deze handleiding.

Een nieuwe RDP-snelkoppeling aanmaken

Voer een Naam in voor de jumpsnelkoppeling. De snelkoppeling is onder deze naam te vinden in de sessietabbladen. Deze tekenreeks mag maximaal 128 tekens lang zijn.

Selecteer vanuit de vervolgkeuzelijst Jumpoint het netwerk waarop de computer is aangesloten waar u toegang toe wilt krijgen. Voer de Hostnaam/IP-adres in van het systeem waar u toegang toe wilt krijgen.

Geef de Gebruikersnaam om in te loggen evenals het Domein.

Kies de Weergavegrootte waarin u het externe systeem wilt bekijken. Dit kan dezelfde grootte zijn als uw primaire beeldscherm, de grootte van al uw beeldschermen samen of een van de standaard groottes.

Selecteer de Kwaliteit waarmee u het externe systeem wilt bekijken. Dit kan tijdens de sessie met bureaublad op afstand (RDP) niet worden gewijzigd. Selecteer de kleuroptimalisatiemodus waarmee u het externe systeem wilt bekijken. Als u vooral videobeelden gaat delen, kies dan Geoptimaliseerd voor video. Kies anders uit Zwart-wit (gebruikt minder bandbreedte), Weinig kleuren, Meer kleuren of Alle kleuren (gebruikt meer bandbreedte). Met zowel de modus Video geoptimaliseerd als de modus Alle kleuren kunt u de echte achtergrond van het bureaublad bekijken.

Om een consolesessie te starten in plaats van een nieuwe sessie, kunt u het keuzevakje Consolesessie aanvinken.

Opmerking: Wanneer in het gedeelte SecureApp ofwel SQL Server Management Studio (SSMS) of Aangepast is geselecteerd, is het vakje Console-sessie uitgeschakeld. Externe toepassingen kunnen niet in een console-sessie op een RDP-server worden uitgevoerd.

Opmerking: SecureApp is afhankelijk van publicatietoepassingen die Microsoft RDS RemoteApps gebruiken. Raadpleeg de documentatie van Microsoft voor publicatietoepassingen.

Als het certificaat van een server niet kan worden geverifieerd, ontvangt u een certificaatwaarschuwing. Als u Onbetrouwbaar certificaat negeren aanvinkt, dan kunt u een verbinding met het externe systeem maken zonder dat u dit bericht te zien krijgt.

Om een sessie met een externe toepassing te starten, moet u het gedeelte SecureApp configureren. De volgende vervolgkeuzemenu-opties zijn beschikbaar:

  • Geen: Wanneer u toegang verkrijgt tot een externe RDP-jumpsnelkoppeling, wordt er geen toepassing gestart.
  • Aangepast De gebruiker kan een toepassingsprofiel of opdrachtargument configureren, die wordt uitgevoerd en een toepassing op een externe server opent. Selecteer de optie Aangepast en voer de volgende informatie in.
    • Naam externe app: Voer de naam van de toepassing in waarmee u verbinding wilt maken.
    • Parameters externe app: Voer de profieldetails of opdrachtregelargumenten in die nodig zijn om de toepassing te openen.
  • SQL Server Management Studio (SSMS): De gebruiker kan SSMS configureren om op een externe server te openen. Hiermee krijgen gebruikers toegang tot SSMS zonder dat zij de toepassing op hun lokale systeem hoeven te installeren. U kunt SSMS configureren door de optie SQL Server Management Studio te selecteren en de volgende informatie in te voeren:
    • Naam SQL-server: Voer de naam van het SQL-serverexemplaar in waarmee SSMS verbinding maakt.
    • Poort: Voer de poort in waar SSMS verbinding maakt.
    • Naam database: Voer de naam van de database in waarmee het SQL-exemplaar is verbonden. NB: Dit veld is alleen vereist als de SQL-serververbinding voor een gebruiker uit een database is bedoeld.

Opmerking: Voor meer informatie over gebruikers van een ingesloten database, zie Gebruikers van een ingesloten database - uw database mobiel maken.

Verplaats jumpsnelkoppelingen van de ene Jumpgroep naar een andere met gebruik van de afrolkeuzelijst Jumpgroep. Of u jumpsnelkoppelingen naar of van verschillende Jumpgroepen kunt verplaatsen, hangt van de machtigingen van uw account af.

Organiseer jumpsnelkoppelingen verder door de naam van een nieuwe of bestaande Tag in te voeren. Hoewel de geselecteerde Jumpsnelkoppelingen samen onder de tag worden gegroepeerd, staan ze nog steeds in een lijst onder de Jumpgroep waarin elk ervan is vastgespeld. Om een jumpsnelkoppeling naar het hoogste niveau Jumpgroep terug te zetten, moet dit veld leeg worden gelaten.

Jumpsnelkoppelingen bevatten een veld Opmerkingen voor een naam of omschrijving, waardoor jumpsnelkoppelingen sneller en eenvoudiger kunnen worden gesorteerd, opgezocht en geïdentificeerd.

Om in te stellen welke gebruikers toegang tot deze jumpsnelkoppeling hebben, of een kennisgeving van toegang moet worden verzonden en/of of machtiging of een ticket-id van uw externe ticketingsysteem vereist is om deze jumpsnelkoppeling te gebruiken, moet u een Jumpbeleid kiezen. Deze beleidslijnen worden door uw beheerder in de /login interface ingesteld.

Een RDP-snelkoppeling gebruiken

Om een snelkoppeling naar een Jump te gebruiken om een sessie op te starten, moet u de snelkoppeling in de Jump-interface selecteren en op de knop Jump klikken.

RDP-inloggegevens invoeren

U wordt gevraagd het wachtwoord in te voeren voor de eerder door u opgegeven gebruikersnaam.

 

Scherm delen in een RDP-sessie

Uw sessie met bureaublad op afstand (RDP) begint nu.

Opmerking: Als u een RDP-sessie start, zal het RDP-toetsenbord automatisch de taal hebben die u in de toegangsconsole hebt ingesteld. Deze functionaliteit is alleen beschikbaar op toegangsconsoles op basis van Windows.

Begin met scherm delen om het externe bureaublad te bekijken. U kunt de opdracht Ctrl-Alt-Del verzenden, een schermopname van het externe bureaublad maken, de inhoud van het klembord delen, Alt- en Shift-opdrachten gebruiken en een sleutelinjectie uitvoeren. U kunt de RDP-sessie ook met andere ingelogde Bomgar gebruikers delen, volgens de gebruikelijke regels voor de instellingen van uw gebruikersaccount.

 

Opmerking: Jumpsnelkoppelingen kunnen zo worden ingesteld dat zij meerdere gebruikers toestaan tegelijkertijd dezelfde jumpsnelkoppelingen te openen. Als deze is ingesteld op Nieuwe sessie starten, begint er voor elke gebruiker die een Jump uitvoert naar een specifieke RDP-jumpsnelkoppeling een nieuwe onafhankelijke sessie. De RDP-configuratie op het eindpunt bepaalt verder gedrag met betrekking tot gelijktijdige RDP-verbindingen. Ga voor meer informatie over gelijktijdige Jumps naar Instellingen voor jumpsnelkoppelingen.