Installatie van het virtuele apparaat voor Bomgar Privileged Access

Deze gids is bedoeld om u te helpen bij de eerste instellingen en configuratie van uw Bomgar virtuele apparaat. Als u assistentie nodig hebt, kunt u via help.bomgar.com contact opnemen met Bomgar technische ondersteuning.

Vereisten voor VMWare- en Hyper-V-implementaties

Voordat u start met de instellingen voor uw Bomgar virtuele apparaat, moet u de volgende vereisten en richtlijnen voor dimensionering goed doornemen.

  • VMware vCenter 5.1+ en virtuele hardware vanaf versie 9
  • Hyper-V 2012 R2 (zelfstandig of als rol) en alleen hardware van generatie 1
  • Er moet ten minste 124 GB opslag beschikbaar zijn. Zie Richtlijnen voor de grootte van het virtuele apparaat voor Privileged Access om precies te bepalen hoeveel opslag u voor uw omgeving nodig hebt.
  • Eén partitie van 32 GB voor het Bomgar besturingssysteem en ten minste 100 GB beschikbaar voor logboekregistraties en opnames
  • SAN's met extern IP-adres moeten op een gereserveerd 1 Gbit of 10 Gbit netwerk zitten met een schijf van ten minste 10.000 omw/min
  • Een statisch IP-adres voor uw virtuele apparaat
  • Een privé DNS A-record dat naar het statische IP-adres van uw virtuele apparaat verwijst. U hebt ook een publiek A-record en een publiek IP-adres nodig als publieke clients toegang tot het apparaat nodig hebben. Het DNS A-record is de volledig gekwalificeerde domeinnaam (FQDN) van uw site (bijv. access.example.com).

    Opmerking: “Publieke clients” zijn elk soort clientsoftware (browser, Bomgar toegangsconsoles, eindpuntclients enz.) die vanaf externe IP-adressen buiten de netwerken en VPN's die voor het netwerk van de Bomgar Box als lokaal worden beschouwd.

  • Een geldige NTP-server die door het apparaat kan worden bereikt
  • Zorg ervoor dat de systeemtijden van de host ESXi server en het Bomgar gastbesturingssysteem synchroon lopen. Verschillen van slechts enkele seconden kunnen mogelijk tot problemen met prestaties of verbindingen leiden.

Vereisten voor Microsoft Azure

  • Microsoft Azure Resource Manager (ARM)
  • Zorg dat de volgende zaken al aanwezig zijn als u Microsoft Azure gebruikt en een implementatie wilt uitvoeren:
    • Een bronnengroep
    • Een opslagaccount met een vhds-container
    • Er zijn een VNET en subnet geconfigureerd