Jump-clients gebruiken om toegang tot externe eindpunten te krijgen.

Om toegang te krijgen tot een individuele Windows, Mac of Linux computer die niet op een toegankelijk netwerk is aangesloten, moet u vanaf de pagina /login > Jump > Jump-clients een Jump-client op dat systeem installeren. Jump-clients verschijnen in de Jump-interface naast andere typen jumpsnelkoppelingen.

Een Jump-client gebruiken

Om een Jump-client te gebruiken om een sessie te starten, moet u de Jump-client in de Jump-interface selecteren en op de knop Jump klikken.

Opmerking: Jumpsnelkoppelingen kunnen zo worden ingesteld dat zij meerdere gebruikers toestaan tegelijkertijd dezelfde jumpsnelkoppelingen te openen. Als Bij bestaande sessie voegen is ingeschakeld, kunnen andere gebruikers een sessie bijwonen die al gaande is. De oorspronkelijke eigenaar van de sessie ontvangt een bericht dat een gebruiker aan de sessie is toegevoegd, maar kan deze gebruiker de toegang niet weigeren. Ga voor meer informatie over gelijktijdige Jumps naar Instellingen voor jumpsnelkoppelingen.

Naar een Jump-client zoeken

Behalve naar jumpsnelkoppelingen bladeren, kunt u ook een zoekopdracht uitvoeren op basis van verschillende velden. Voer een tekenreeks in het zoekveld in en druk op Enter. Om de velden die u wilt zoeken te wijzigen, klikt u op het vergrootglas en vinkt u de beschikbare al dan niet aan. Voorbeelden van doorzoekbare velden zijn: Opmerkingen, Consolegebruiker, Domein, Groep, Hostnaam/IP-adres, Jump-methode, Datum laatst geopend, Naam, Privé-IP-adres, Openbaar IP-adres, Status, Label en Werkgroep.

Detailvenster Jump-clients

Als u een Jump-client selecteert, wordt er een deelvenster met details rechts naast de Jump-interface weergegeven. Welke details daar worden weergegeven, wordt bepaald door de instelling Statistieken voor Jump-Clients in het /login-scherm en door het externe besturingssysteem.

Als een Jump-client offline gaat en gedurende het aantal dagen dat voor Instellingen voor Jump-Clients in het /login-scherm is ingesteld niet opnieuw verbinding met de Bomgar Box maakt, wordt de client aangemerkt als 'Verloren'. Er wordt geen specifieke actie op de Jump-client uitgevoerd. Deze wordt alleen als 'Verloren' aangemerkt ter identificatie, zodat een beheerder de reden voor de verbroken verbinding kan diagnosticeren en actie kan ondernemen om de situatie te corrigeren. U ziet in het detailvenster de geplande verwijderingsdatum voor het geval de Jump-client geen verbinding meer maakt.

Jump-clients worden automatisch bijgewerkt na een software-update. Het aantal gelijktijdige upgrades van Jump-clients wordt bepaald door instellingen op de pagina /login > Jump > Jump-clients. Als een Jump-client nog niet is bijgewerkt, wordt deze gemarkeerd als Upgrade in behandeling. De versie en het revisienummer worden in het detailvenster weergegeven. U kunt een verouderde Jump-client wijzigen, maar er niet naar jumpen. Als u een jump probeert uit te voeren, wordt de Jump-client echter vooraan in de upgradewachtrij geplaatst.

Wake-On-Lan (WOL)

Met Wake-On-Lan (WOL) kunt u machines die voor WOL van Bomgar geconfigureerd zijn, aanzetten of uit slaapmodus halen. In een geconfigureerde omgeving kunnen klanten hun machine uitzetten, maar zo nodig nog steeds ondersteuning van Bomgar ontvangen.

Opmerking: WOL is geen Bomgar-technologie. De Bomgar-software is geïntegreerd met bestaande WOL-systemen. Als u WOL via Bomgar wilt gebruiken, moet u WOL inschakelen en moet u het netwerk toestaan WOL-pakketten te verzenden.

U kunt ondersteuning voor WOL in Bomgar inschakelen door de WOL-instelling in de beheerinterface van /login onder Jump > Jump-clients in te schakelen. Wanneer u WOL inschakelt, moet u met het volgende rekening houden:

  • WOL werkt niet voor draadloze clients. U moet een vaste netwerkverbinding hebben.
  • WOL wordt ondersteund door de onderliggende systeemhardware en is afhankelijk van het geïnstalleerde besturingssysteem.
  • WOL wordt ondersteund door actieve Jump-clients. Passieve Jump-clients, Jumpoints en lokale Jumps van consoles van ondersteuningstechnici bieden geen ondersteuning voor WOL.

Om een actieve Jump-client met WOL uit slaapmodus te halen, klikt u vanuit de console van ondersteuningstechnicus met uw rechtermuisknop op een bestaande Jump-client. U kunt een systeem uit slaapmodus proberen te halen door op de optie Poging om de Jump-client uit de slaapmodus te halen te klikken.

Poging om de Jump-client uit de slaapmodus te halen

Deze optie is alleen beschikbaar als u een enkele Jump-client selecteert. De optie is niet beschikbaar wanneer meerdere Jump-clients zijn geselecteerd.

WOL-pakketten worden verzonden vanuit andere Jump-clients die zich op hetzelfde netwerk bevinden als de doelmachine. Wanneer een actieve Jump-client wordt geïnstalleerd of geactiveerd, worden de netwerkgegevens van deze Jump-client op het apparaat geregistreerd. Met deze gegevens bepaalt het apparaat welke Jump-clients op hetzelfde netwerk zijn.

Nadat een poging is gedaan om een Jump-client uit slaapmodus te halen, wordt de WOL-optie gedurende 30 seconden uitgeschakeld voordat er een nieuwe poging wordt gedaan. Als er geen andere Jump-clients op datzelfde netwerk beschikbaar zijn om WOL-pakketten naar de doelmachine te verzenden, ontvangt de ondersteuningstechnicus een bericht dat er geen andere Jump-clients op het netwerk beschikbaar zijn. Bij het verzenden van een WOL-pakket beschikt de ondersteuningstechnicus over de geavanceerde optie om een wachtwoord mee te sturen voor WOL-omgevingen waar zo'n WOL-wachtwoord vereist is. Een WOL-pakket werkt maar in één richting en de ondersteuningstechnicus ontvangt geen bevestiging, behalve dat de console van de ondersteuningstechnicus aangeeft als de client online komt.

Eigenschappen Jump-client

Bewerken Melding voor Jump-client met het vervolgkeuzemenu voor de eindpuntovereenkomst.

Organiseer en beheer bestaande jumpsnelkoppelingen door een of meer jumpsnelkoppelingen te selecteren en op Eigenschappen te klikken.

Opmerking: Om de eigenschappen van meerdere jumpsnelkoppelingen te bekijken, moeten alle geselecteerde jumpsnelkoppelingen van hetzelfde type zijn (bijv. allemaal Jump-clients, allemaal externe Jumps).

Voer een Naam in voor de jumpsnelkoppeling. De snelkoppeling is onder deze naam te vinden in de sessietabbladen. Deze tekenreeks mag maximaal 128 tekens lang zijn.

Wijzig de modus van een Jump-client vanuit de vervolgkeuzelijst Type verbinding. Actieve Jump-clients verzenden op gedefinieerde intervallen statistieken naar de Bomgar Box. Passieve Jump-clients verzenden eens per dag statistieken naar de Bomgar Box of wanneer handmatig wordt ingecheckt.

Opmerking: Deze functie is alleen beschikbaar voor klanten die een Bomgar Box op locatie bezitten. Klanten van Bomgar Cloud hebben geen toegang tot deze functie.

Op basis van de door uw beheerder ingestelde opties kunnen deze statistieken de volgende gegevens bevatten: de op de externe computer ingelogde consolegebruiker, het besturingssysteem, de bedrijfstijd, CPU- en schijfgebruik en een schermopname van de laatste update.

Verplaats jumpsnelkoppelingen van de ene Jumpgroep naar een andere met gebruik van de afrolkeuzelijst Jumpgroep. Of u jumpsnelkoppelingen naar of van verschillende Jumpgroepen kunt verplaatsen, hangt van de machtigingen van uw account af.

Organiseer jumpsnelkoppelingen verder door de naam van een nieuwe of bestaande Tag in te voeren. Hoewel de geselecteerde Jumpsnelkoppelingen samen onder de tag worden gegroepeerd, staan ze nog steeds in een lijst onder de Jumpgroep waarin elk ervan is vastgespeld. Om een jumpsnelkoppeling naar het hoogste niveau Jumpgroep terug te zetten, moet dit veld leeg worden gelaten.

Jumpsnelkoppelingen bevatten een veld Opmerkingen voor een naam of omschrijving, waardoor jumpsnelkoppelingen sneller en eenvoudiger kunnen worden gesorteerd, opgezocht en geïdentificeerd.

Om in te stellen welke gebruikers toegang tot deze jumpsnelkoppeling hebben, of een kennisgeving van toegang moet worden verzonden en/of of machtiging of een ticket-id van uw externe ticketingsysteem vereist is om deze jumpsnelkoppeling te gebruiken, moet u een Jumpbeleid kiezen. Deze beleidslijnen worden door uw beheerder in de /login interface ingesteld.

Kies een Sessiebeleid om aan deze jumpsnelkoppeling toe te kennen. Het aan deze jumpsnelkoppeling toegekende sessiebeleid heeft de hoogste prioriteit bij het instellen van sessiemachtigingen. Of u een sessiebeleid kunt instellen hangt van uw accountmachtigingen af.

  • Kies een Eindpuntovereenkomst om die aan deze jumpsnelkoppeling toe te wijzen. Afhankelijk van de selectie wordt er een eindpuntovereenkomst weergegeven. Als er geen reactie is, wordt de overeenkomst automatisch geaccepteerd of geweigerd.
  • Als u geen toegang meer nodig hebt tot een extern systeem, selecteert u de jumpsnelkoppeling en klikt u op Verwijderen. Ook kunt u met de rechtermuisknop op de jumpsnelkoppeling klikken en in het menu Verwijderen selecteren. U kunt meerdere jumpsnelkoppelingen selecteren om die allemaal tegelijkertijd te verwijderen.

    Opmerking: Als een externe gebruiker handmatig de Jump-client verwijdert, wordt de verwijderde jumpsnelkoppeling als verwijderd gemarkeerd of van de lijst met jumpsnelkoppelingen gehaald. Als de Jump-client op het moment van verwijderen geen contact met de Bomgar Box kan maken, blijft de snelkoppeling offline. Deze instelling is beschikbaar op /login > Jump > Jump-clients. Als een Jump-client offline gaat en gedurende 180 dagen geen verbinding meer met de Bomgar Box maakt, wordt hij automatisch van de doelcomputer en de Jump-interface verwijderd.